Aka Moon: “We willen de ziel van de mensen doorgronden”
Aka Moon, met saxofonist Fabrizio Cassol, bassist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland, vierde twee jaar geleden zijn 15 jarig bestaan. Al die tijd bleef het volgens velen de beste Belgische jazz beyond (and beyond). Elk lid van het trio geeft wel ergens les, speelt in diverse formaties en projecten. Over de jaren heen heeft de groep fysiek en muzikaal met succes gereisd. Tijd voor een round-up. Op 10 juli 2009 sprak ik met één van de actiefste muzikanten van België, saxofonist en componist van Aka Moon, Fabrizio Cassol.
Als ik jullie zie spelen, is het alsof jullie elkaar sinds de lagere school kennen. Kun je voor degenen die niet weten wie jullie zijn, teruggaan naar jullie eerste ontmoeting?
Fabrizio: “Eigenlijk denk ik dat we elkaar vanuit een vorig leven moeten kennen. Maar Aka Moon begon in 1991-1992, een goede 17 jaar geleden. Met Stephane Galland (drummer) speel ik al sinds hij 13 jaar is. Ik was toen 18, dat is 27 jaar geleden. Met Michel Hatzigiorgiou heb ik zo’n 25 jaar geleden voor het eerst samen gespeeld. Michel was toen al een grote ster, een fenomeen op de bas. Hij speelde in die jaren met Toots Thielemans. Ik keek hem met veel bewondering naar hem. Dan was er de periode waar we samen intens in Nasa Na speelden, dat duurde niet lang, ongeveer 2 jaar (1990-1992). Dan kwam Aka Moon met de eerste reis.”
Het verhaal van die reis bij de Aka Pygmeeën, waar jullie de naam Aka Moon vandaan haalden, is toch iets bijzonders. Ik zie niet veel groepen die zeggen: nu gaan we eens samen het oerwoud in en een tijdje leven bij en leren van de Pygmeeën. Van wie was het idee?
Fabrizio: “Ik was gefascineerd door Pygmeeën. Ik had hun bestaan ontdekt via de muziek van Edoardo Sanguinetti en Luciano Berio. Ik las een boek over Berio en vernam dat hij aan een colloquium had deelgenomen waar Sanguinetti zijn studies uit een zette en uitvoerig over de muziek van Aka Pygmeeën vertelde. Daarna ontmoette ik een etnoloog die ook daarnaar onderzoek deed en heb zo uiteindelijk hun muziek ontdekt die mij volledig fascineerde. Maar nog belangrijker voor mij waren de aspecten die ik toen niet vermoedde: de afwezigheid van hiërarchie in hun samenleving, de vorm van vrijheid die ze hebben, ze hebben geen tovenaars en al die zaken, het zijn familiale clans en de muziek die ze maken vloeit voort uit die aspecten”.
“Stephane, Michel en ik waren destijds in een fase waar we allen veel opgegeven hadden voor Aka Moon; Michel was gestopt bij Toots Thielemans, voor Stephane was het wel iets anders, die begon net, ik had vele lopen projecten zoals Trio Bravo, hedendaagse klassieke muziek. Wij vonden dat Aka Moon een impuls nodig had die niet van uit het Westen moest komen. We dachten: “Waarom niet eens bij hen gaan kijken hoe het daar gebeurt”.
“Voor mijzelf kwam het overeen met een periode waarin ik sinds de jaren ‘80 Afrikaanse en Indiase muziek bestudeerde, maar dan alleen via platen, boeken of mensen die er geweest waren. Met Aka Moon was dit het begin van een rechtstreeks ervaren en voelen van die muziek. Daarna zijn we begonnen met het bestuderen van verschillende culturen.”
“Je moet weten dat er groepen zijn die om de één of twee jaar een tournee doen. Bij ons voelt het alsof we al 17 jaar op tournee zijn.”
Jullie speelden vroeger iedere week in De Kaai in Antwerpen …
Fabrizio: “Ja, met nog optredens erbuiten. Wij hebben samengewerkt met vele artiesten over heel de planeet, maar vooral met groepen, dat is zeldzaam. Bijvoorbeeld Aka Moon met het Ictus Ensemble (klassieke muziek), Aka Moon met de dj Big Band, met groepen Afrikaanse percussionisten, met symfonische orkesten en nu recent in het project Aka Moon and Black Machine. Het spelen met groepen willen we blijven doen, want we associëren onszelf met een collectieve kracht.”
Bij veel van deze projecten gaat Aka Moon verder dan de oppervlakkigheid, een voorbeeld is de Indiase muziek. Het is geen kwestie van wat Indiase tinten aan jullie muziek toevoegen, maar jullie graven dieper. Het resultaat is meestal niet wat mensen verwachten van een samenwerking tussen Indiase en jazzmuzikanten.
Fabrizio: “We willen vaak rond een taal werken die heel ritmisch is. Het is niet alleen het opnemen van een andere muzikale taal, maar ook een dialect ervan. We zijn in contact geweest met allerlei mensen, maar ook met hún versie van die taal. Alles wat we op Gent Jazz speelden was deels het resultaat van die taaluitwisseling.”
“Wat is taal? Wel, met taal heb je syntaxis, grammatica, vervoegingen, concentraties van informatie, hergroeperingen, synchronisaties”. Het verhaal van ritme is iets ongelooflijk boeiends: om het ritme te verstaan moet je de ziel van de mensen doorgronden. We wilden de ziel verstaan, de religie, de filosofie, waarom welk voedsel, het leven, maar we hebben nooit iets willen nabootsen.”
“Nu is er iets heel merkwaardigs aan de hand: er zijn mensen die lid zijn van een culturele en etnische groep die aan mij vragen om hen verder te helpen in hun werk en hun cultuur en dit ondanks dat ik niet tot hun groep behoor. Op basis van onze ervaring als groep en onze groepsdynamiek vragen zij ons om hun cultuur van binnenuit te verrijken. We zien dit met Black Machine (het project waarbij West Afrikaanse griots olv Baba Sissoko fusioneren met Aka Moon). Baba Sissoko wilde zelf een groep griots verzamelen, maar hij wist niet hoe hij dit moest aanpakken. Het samenspelen was hen bekend, maar ze zochten naar een gemeenschappelijk vertrekpunt om in andere situaties te belanden. Een ander voorbeeld is Oumou Sangaré die mij vroeg om van binnenuit aan hun zaken mee te werken.”

Aka Moon gaat van jazz naar etnisch tot klassieke muziek en hip hop. Hoe slagen jullie erin om jullie telkens te herpakken om in een andere muzikale structuur te passen?
Fabrizio: “We hebben geluk dat wij mensen ontmoeten die direct to the point komen. Ik geef als voorbeeld Shiva Raman die ons onderdompelde in de kern van de Karnakataka, Baba Sissoko voor de griots, Philippe Boesmans voor de opera. Philippe Boesmans vroeg ons om met onze eigen muziek mee te spelen met ’Le Chatelet’. Ik prijs ons gelukkig dat al die mensen ons vragen; waarschijnlijk omdat zij vertrouwen in ons hebben.”
Het lijkt soms heel vlot en makkelijk te lopen, zoals met Black Machine…
Fabrizio: “Dit project vraagt nog meer werk, omdat er subtiliteiten spelen die vooraf niet in te calculeren zijn. In dit geval mag er niets zijn wat het ‘genezend elan’ van de griots (griots hebben traditioneel een helende werking) mag breken. Met Westerse muzikanten kun je soms egotrippen, met griots kan dit niet. Geen enkel detail mag een belemmering zijn. Je moet een onweerlegbare “griots” logica volgen. Dan is het één grote vreugde en geluk, omdat het naturel behouden blijft. Men heeft er geen idee van als ze het eindresultaat zien, welke hoeveelheid werk daar aan vooraf ging.”
Hoe verloopt het componeren?
Fabrizio: “Hij die de pluim hanteert ben ik. Maar ik moet er tevens voor zorgen dat het kan blijven duren en kan groeien. Stephane en Michel zijn hongerige muzikanten, ze hebben het ook snel door, om ze een nummer jaren aan een stuk door te laten spelen moet er een reden zijn. Je moet ze een uitdaging geven.”
Is die veeleisendheid niet het cement van Aka Moon?
Fabrizio: “Ja maar er is ook de liefde en het respect die we voor elkaar hebben. De vriendschap die er is en blijft duren. Er zijn muzikanten die samen grootse dingen doen en elkaar haten, anderen die vrienden zijn maar waar de symbiose op muzikaal vlak ontbreekt. Uiteraard zijn er groepen die én goed overeenkomen én goede muziek maken, de meerderheid zelfs. Maar om dit op heel lange termijn te doen, moet er constant het plezier zijn om samen te spelen.”
“Bij mij is er niet één seconde waar ik niet verbaasd ben over wat er gebeurd. En dit na al die duizenden uren die we samen hebben gespeeld. Zelfs daarnet waren er momenten waarvan ik denk “Waaaaw!” en je moet je vastklampen om mee te kunnen met die twee, vastklampen alsof het een eerste optreden is.”
“En voor mij is het echt alsof het de eerste dag is. We hebben nu wel een andere emotionele maturiteit, we beheersen zaken op een andere manier – vroeger waren sommige nummers een uur lang – nu heeft ieder nummer een ritmisch gevoel dat verschilt, een eigen gedachte, verschillende expressie en is meer gevarieerd. En dat is de vriendschap.”
Jullie zijn toch wel wat men een “supergroep” kan noemen: ieder lid behoort tot de beste in zijn soort, jullie zijn vrienden en zijn al lang samen.
Fabrizio: “We zijn eigenlijk vele groepen in één, alsof je verschillende ritmesecties hebt in één groep. Het is fantastisch om te zien hoe Michel (bas) en Stephane (drum) zich aanpassen. Ik herinner mij het concert met Oumou Sangare in Aix-en-Provence. We speelden eerst nummers van Oumou Sangaré en ik zei tegen hem om Michel en Stephane te dirigeren alsof het zijn band was. Hij deed dat op traditionele wijze door stampvoetend het ritme aan te geven. Op het einde van het concert zei Omou: “Ik hoef mijn muzikanten niet meer mee te nemen; ik leen gewoon de jouwe”.
Aka Moon is bekend “all over the world” zoals in Afrika en India. Toch is het merkwaardig dat jullie niet wereldberoemd zijn?
Fabrizio: “In ieder land zijn er mensen die weten en niet weten. We speelden in Amsterdam in grote zalen en er waren iedere avond 1.500 man. Een land als België maakt een groep als Aka Moon mogelijk. België is een context die toelaat dat je mensen ontmoet. Ik ken geen ander land waar je zo dicht bij het milieu van de dans, de moderne kunst, de opera, de pop, de rock en de jazz staat. In bijna alle andere landen zijn die werelden meer van elkaar gescheiden: je kunt de bekendste artiest uit de opera zijn, dan wil dat nog niet zeggen dat mensen van de moderne dans jou kennen. In de meerderheid van de landen vindt die synchronisatie niet plaats; mensen gaan naar jazz optredens, maar niet naar de opera; of mensen gaan naar rock, maar niet naar moderne dans. Hier ontmoeten de verschillende disciplines elkaar makkelijker.”
“België is zeer klein en heeft daardoor een stapje voor. Onze muziek is wat het is, dankzij deze situatie. Het is normaal om met andere artiesten te spreken en ideeën uit te wisselen. Maar toch er bestaat een “wereld van de kunst”, die mensen hebben de draad verloren met de jazz en hebben nog altijd dezelfde referenties: voor hen is jazz Ornette Coleman, Coltrane en Eric Dolphy en daar stopt het vaak. Vele grote artiesten kennen nu wel Aka Moon. Er zijn veel mensen die ons werk waarderen, van Pedro Almodovar tot Alain Platel, mensen van de moderne dans zoals Anna Theresa de Keersmaecker, mode ontwerpers … maar niet alle landen zijn zoals België, in landen als Frankrijk en Nederland zijn die werelden volledig gescheiden.”
Zijn er nog lopende projecten?
Fabrizio: “We hebben een project op het IRCAM (Frans instituut voor geluid en onderzoek) met Macs waar we de opening van doen in het Centre Beaubourg, met een computer dat improviseert, daar kroop veel tijd in en was ook weer iets anders, op dit moment zijn er de griots met Baba Sissoko waar ik veel van hou. En we maken eindelijk weer een cd met ons drieën, dat was lang geleden. In Kinshasa brengen we er Pitié van Alain Platel met 11 muzikanten en 10 dansers. Nu werken we ook met Serge Kakudji een Kongolese zanger. En volgend voorjaar keren we terug.”







