Dave Liebman eert Ornette Coleman
Fotografie: Arkady Mitnik
“Playing about smoking here in Amsterdam is kinda tricky - people may get you wrong…”, grapt Dave Liebman aan het begin van zijn concert op 11 december 2010 in het Bimhuis in Amsterdam. Dit concert is een eerbetoon aan de onvergetelijke Ornette Coleman, maar ook ter ere van zijn laatste CD ‘Turnaround’ uit 2009, een album door velen geroemd als een ‘pure masterpiece’ welke in 2010 door Duitse album critici is genomineerd als de het beste album van het jaar.
Afkomstig uit een Joodse familie en geboren in september 1946 in Brooklyn is Liebman als kind door zijn ouders gepusht om als hobby piano te gaan spelen. Liebman’s grote droom echter, was het bespelen van de saxofoon. Uiteindelijk had zijn droom niets met jazz te maken – Liebman werd verliefd op de rock-’n-roll. Toen hij 15 jaar was, zag hij een optreden van John Coltrane, en zoals hij in zijn interview met Eric Nemeyer toegaf “…het was geweldig… het was niet alleen de muziek…het was alles bij elkaar…”.
Nu jaren en jaren later hebben wij het genoegen om getuige te zijn van de bijzondere performance van deze zeer volwassen en gerespecteerde musicus en componist die in het verleden gespeeld heeft met artiesten als Elvin Jones, Miles Davis, Bob Moses, Chick Corea en vele anderen.
Liebman speelt alweer 20 jaar met zijn huidige band samen wat zeer ongebruikelijk is in de moderne jazz scene. De basis van de band bestaat uit bassist Tony Marino en gitarist Vic Juris, die er al vanaf het prille begin bij waren; drummer Marko Marcinko kwam zo’n 10 jaar geleden bij de band. Onder leiding van Liebman, speelt dit kwartet verschillende jazz stijlen en zelfs klassieke muziek. Van bekende jazz hits en standaards inclusief interpretaties van Miles, Coltrane en Coleman, tot fusion en zelfs free jazz, waar Liebman het aandurft om gepassioneerd te improviseren op het werk van de Russische jazz rebel Vladimir Chekasin van het voormalig The Ganelin Trio.
De luisteraars zullen van Liebman genieten in welke rol hij ook is in zijn voorstelling; als hij zijn interpretatie geeft van Coleman’s tunes (“Turnaround” – een prominent voorbeeld van discipline gecombineerd met geïmproviseerde gekkigheid), als hij al mediterend op het podium speelt temidden van zijn band of als hij naar adem hapt om de magische klanken van zijn houten fluit in Coleman’s “Lonely Woman” te vangen…een wonderlijke show, is het niet?







