DePhazz ‘Het is goed om klassieke muziek als basis te hebben’
Fotografie: Maurits van Hout
DePhazz trad op 2 mei 2010 in de Melkweg in Amsterdam op. De band bestaat al 12 jaar uit drie vaste leden, Pit Baumgartner (producer), Pat Appleton (zangeres) en Karl Frierson (zanger). Ze hebben een ondersteunende band bij zich, bestaande uit een drummer, een gitarist, keybords/VJ en saxofonist/dwarsfluitist. Voorafgaande aan het optreden sprak ik met Pit en Karl over DePhazz en hun muziek.
Waar komt de naam ‘DePhazz’ vandaan?
DePhazz is de afkorting voor ‘destination phuteristic jazz’, die naam was te lang voor een band. Dus het werd ‘DePhazz’.
Is er nog genoeg uitdaging in het muziek maken?
Na 12 jaar bij elkaar te zijn is er nog steeds genoeg uitdaging. Ieder is goed in hetgeen hij doet en we ontdekken steeds meer ook al blijven we in een hetzelfde genre. Karl en Pat hebben veel vertrouwen in Pit; dat moet ook wel met de grote ideeën die Pit voor ogen heeft. Fragmenten van bijvoorbeeld Drum & Bass zou je niet snel vergelijken met jazz, laat staan het met elkaar te mengen. Maar Pit deinst daar niet voor terug, en Karl en Pat doen er gewoon aan mee. Hoe verder de gemengde stijlen van elkaar af liggen, des te groter wordt de spanning die in het nummer zit.
Ook klassieke muziek neemt Pit mee de studio in om te experimenteren: in één van de eerste albums heeft hij fragmenten van Wagner gebruikt. Volgens Karl ligt de basis van alle muziek bij klassieke muziek. ‘Het is goed om klassieke muziek als basis te hebben, dan heb je een goede houvast. Daarop kun je verder bouwen, ook als je in je verdere leven een andere richting qua muziekstijl opgaat, dat maakt verder niet uit. Je kunt er altijd op bouwen.’
Het is ook verfrissend om met iemand samen te werken die juist geen muzikale achtergrond heeft, die niets weet van de theorie van muziek, dan kun je echt prachtige dingen ontdekken. Dat je een goede basis hebt, wil dus niet automatisch betekenen dat je iets moois kunt produceren, maar als je geen goede basis hebt, wil dat dus ook niet meteen zeggen dat je geen kans hebt op een goede productie.
Op het podium hebben we een ander gezicht dan in de studio: ‘stage face’ en ‘studio face’. In de studio zijn we veel experimenteler van aard, want daar hebben we de tijd. Op het podium hebben we daar geen tijd voor; we willen dan graag het publiek entertainen. Soms spelen we een experimenteel stuk tussendoor, maar echt tijd hebben we daar niet voor. En daar zijn we dan ook niet op gericht.
Het album ‘Lala 2.0’ is net uit, waar kwam de inspiratie voor dit album vandaan?
Het werd tijd voor een nieuw album, we hadden genoeg nieuwe ideeën die eruit moesten. Het album bestaat uit vrolijke liedjes, die een beetje pop georiënteerd zijn. Het idee erachter is dat je mee gaat zingen, dansen en dat het blijft hangen. Maar echt een duidelijke inspiratie is er niet, vrolijkheid is hetgeen dat deze cd maakt.
De muziek die jullie maken is van alles wat, hoe zouden jullie het zelf benoemen?
Wat wij maken, kun je jazz noemen. Maar jazz is een ruim begrip, want de muziek die wij maken is niet klassieke jazz. We spelen met de muziek, we doen dingen die bijna onmogelijk lijken, maar die we mogelijk maken. Daardoor geven wij een andere dimensie aan de jazz. We vaak te horen dat we moderne jazz maken.
Met wie zouden jullie samen willen werken?
Volgens Karl kan Pit met iedereen nemen samenwerken, hij heeft het voor het kiezen. Pit wil graag samen werken met Ella Fitzgerald, maar eigenlijk maakt het hem niet uit of de artiest bekend is of niet, het gaat om de muziek. En vaak maakt DePahzz gebruik van muziekfragmenten van verschillende artiesten. Op deze wijze wordt de samenwerking niet belemmerd. Uiteindelijk blijft het streven van DePhazz dat ze muziek willen maken waar ze van blijven leren en die spanning oproept.
Hoe staan jullie tegenover de commercie in de muziekwereld?
We willen de vrijheid blijven behouden om te doen wat we leuk vinden om te maken en daarin zijn we vrij stabiel. Commercie mag daaraan niet in de weg staan, het kan wel helpen, maar het zou ook de vrijheid van muziek maken kunnen belemmeren. Dat proberen we zoveel mogelijk te voorkomen.
Het interessante is dat er ten tijde van de Beatles en Elvis al mensen waren die zangers als inkomstenbron zagen. De ontdekker van Elvis zocht bijvoorbeeld een blank persoon met een ‘zwarte’ stem. Het is wel jammer wat het met de muziek doet; muziek op bestelling is funest voor de creativiteit.
Als laatste wilde Pit nog toevoegen dat de jongeren zichzelf tegenwoordig tegenwerken. Er zijn veel jonge talenten, maar deze talenten en andere jongeren downloaden de muziek en kopen geen albums. Zij zorgen er zo voor dat zij zelf hun talenten niet op een goede manier kunnen uiten. Maar ook dat er niet geïnvesteerd kan worden in de nieuwe talenten, doordat er geen inkomsten uit cd verkopen zijn.







