Fred Hersch: “Ik ben weer voor 100% terug”

Fotografie: Maurits van Hout

John HerschFred Hersch genoot een klassieke opleiding maar verkoos jazz, hoewel hij regelmatig de sprong terug maakt of tussen beide blijft steken. Hij is wat men gerust een “Musician’s musician” mag noemen, de rare parel die niet bejubeld wordt door majorlabels, maar jarenlang zijn ding doet op een hoog niveau, op cd en ook live, zoals hij dit op het North Sea Jazz Festival en het Gent Jazz Festival bewees. Na zijn optreden op Gent Jazz (9 juli 2009) had ik een gesprek met hem over zijn werk, ziekte en toekomst.

Vanavond trad je met je Trio + 2 (om te onderstrepen dat het hier niet om een kwintet gaat) op, toch kennen we je vooral van je Trio en solo optredens. Welke vorm spreekt jou het meeste aan, ook als het om het schrijven van muziek gaat?
Hersch: “Iedere setting heeft zijn aantrekkelijkheden; ik hou ervan om solo te spelen en ik kan er inderdaad meer kleur en sonoriteiten mee creëren. De trioformule is dan meer een uitbreiding van mijn solospel; het repertoire van het Trio omvat ook standaards en composities van Thelonius Monk en Ornette Coleman.”

“Wat ik vooral goed vind aan het Trio + 2 is dat we al mijn composities spelen en dit is nogal uitgebreid. Het is ook meer avontuurlijk in het bijzonder met Ralph Alessi op trompet en Tony Malaby op saxofoon. Zij spelen vanuit de buik, maar het zijn ook verstandige muzikanten en ze openen voor mij verschillende paden. Op het ogenblik wordt ik vooral geassocieerd met mijn solo- en triowerk, of zelfs duo, in een meer intiem kader, maar voor een festival als dit (Gent Jazz) is de formule Trio + 2 wel de beste den ik.”

Je hebt een klassieke vorming en jouw muziek bevindt zich een beetje op het raakvlak tussen de klassieke en de jazzwereld. Is er een verschil qua compositie tussen jazz en klassiek?
Hersch: “Muziek is muziek, ik schrijf muziek sinds ik 8 ben of zo. Voor mij is ieder stuk anders, met een andere “vibe”, eigen technische aspecten, andere elementen en een andere feeling. Ik schrijf ook zogenaamde klassieke muziek.”

“Wel zijn er bepaalde composities die ik alleen met het Trio+ 2 speel en niet solo of samen met het Trio zou willen uitvoeren. Er zijn dus stukken die voor elk repertoire geschreven zijn. De mensen die ik bewonder omwille van hun composities zijn mensen als Wayne Shorter, Ornette Coleman is een goede songschrijver. Monk en Kenny Wheeler zijn voor mij dé grote songschrijvers. Hun muziekstukken hebben stijl en iedere song heeft bovendien ook een eigen persoonlijkheid.”

Wat vind je van het statement dat jazz de klassieke muziek van Amerika is?
Hersch: “Als men jazz Amerika’s klassieke muziek noemt, veronderstelt men dat klassieke muziek beter is, wat niet zo is, het is verschillend. Jazz ontwikkelde zich op zijn karakteristieke en bijzondere eigen manier. Fred HerschAls mensen het woord “jazz” horen dan denken ze meteen aan swingende muziek, of iets bijzonder wilds of dan weer aan een bebopgroep. Voor anderen staat jazz weer synoniem met Ella Fitzgerald en toch valt het allemaal onder de noemer jazzmuziek. Maar vandaag de dag zijn er zoveel jazzmuzikanten die muzikale en compositorische technieken gebruiken, die niet alleen uit de hedendaagse klassieke muziek komen, maar ook uit de tradities van andere continenten en stijlen. Alles kan tegenwoordig.”

Je lijkt zelf ook constant ‘op zoek’, niet naar uitersten of oppervlakkige effecten, maar naar een meer zuivere vorm?
Hersch: “Uiteraard, ik heb de behoefte om mijzelf constant te verassen om geboeid te blijven. Ik zoek altijd muzikanten die mij inspireren, maar ook kunnen uitdagen. Als ik op een punt kom dat ik niet meer wil “zoeken” kan ik net zo goed stoppen. “It’s what keeps me going”.

Kun je ons vertellen wat Sophie Rosoff, je pianolerares klassiek, bijbracht aan jouw muziek en jouw pianospel?
Hersch: “Ze leerde mij veel en zij is zeer bedreven in het fysische aspect van het piano spelen naast de muzikaliteit van de piano en wat zij “emotioneel ritme” noemt. Sophie staat zeer open voor improvisatie ondanks dat zij les geeft in de klassieke muziek. Zij kan iemand bekijken die speelt en weet onmiddellijk wat er aan scheelt en wat er aan verbeterd kan worden.”

“Ik geef nu zelf les en nam veel van haar over, voegde er wat van mijzelf aan toe, zaken die meer op jazz gericht zijn zoals mijn tennistheorie – jazz is als het heen en weer spelen tussen twee tennisspelers, je bent verplicht te gaan waar de ander je heen stuurt en je kan hem dan weer elders naar toe sturen: een actie-reactie-proces. Sophie is 88 jaar oud en ik ga nog iedere maand bij haar langs om les te volgen.”

Je bent heel openlijk over het feit dat je besmet bent met HIV, uiteraard heeft dit invloed op hoe je tegen het leven aankijkt, je tournees en misschien ook op je werk…
Hersch: “Ik ben nu 53 jaar. Ik ben besmet vanaf mijn 30e jaar. Toen ik mijn eerste opname maakte als “bandleider” hing dit over mijn hoofd. Gedurende een lange tijd vermoedde ik, dat ik ieder ogenblik zou kunnen sterven, maar ik bleef maar doorgaan met mijn leven en mijn muziek. Ik ben zeer open geweest over mijn ziekte en het feit dat ik homoseksueel ben. Dit kan mensen helpen om te beseffen dat het gaat om wie je bent en wat je doet. In 2008 werd ik heel zwaar ziek, “I almost didn’t make it”. Nu ben ik weer voor 100% terug. Het was haast een wonder.”

Hoe leeft iemand die zo dicht bij de dood is geweest erna? Heb je het gevoel dat vanaf nu alles  “extra” is. Hoe maak je plannen (ook op muzikaal vlak) als je nog met allerlei ideeën rondloopt en voelt dat je niet meer alle tijd van de wereld hebt?
Hersch: “Zaken voelen nu anders aan. Ik kan niet precies zeggen hoe; sommige aspecten zijn mentaal, andere zijn eerder fysiek. De weg terug was bijzonder moeilijk, maar ik voel dat ik weer op het niveau ben van voordat ik zo ziek werd, behalve dat het anders aanvoelt, misschien ben ik zelf veranderd.”

 

Fred Hersch“Uiteraard kijk ik anders tegen bepaalde zaken aan: ik ben meer “relaxed”, als je tweemaal bijna dood bent geweest dan is het geen drama als je vliegtuig wat vertraging heeft of dat je niet tevreden bent met een bepaald akkoord dat je speelt.”

 

De medicatie die je neemt is als een dagelijkse strijd, is je muziek en wat je doet niet een manier om dit te verdrijven?
Hersch: “De medicatie die ik moet nemen is een kleine lijdensweg, maar ik blijf het doen. Ik slik de nieuwste medicijnen, moet er massa’s van innemen. Ze hebben soms lastige neveneffecten, ik moet er dus mee oppassen maar heb ermee kunnen leven.”

 

Het Amerikaanse systeem voor ziektekosten of liever de afwezigheid ervan heeft op vele jazz muzikanten (bv drummer Billy Higgins) een grote impact. Sommigen zijn gewoon gestorven omdat ze geen verzekering hadden of niet konden betalen…
Hersch: “Vele muzikanten hebben verschrikkelijke problemen met hun ziektekostenverzekering, de fantastische bassist Dennis Irwin is net gestorven aan kanker. Als hij een verzekering had gehad, dan kon hij gewoon naar de dokter gaan en zou hij nu nog spelen. Ik heb geluk dat ik een goede verzekering heb en een goede dokter, maar niet iedereen heeft het geluk om zich dit te kunnen veroorloven.”
 

 

Wat zijn je plannen op korte termijn?

Hersch: “Er is een cd uit in Amerika, maar nog niet in Europa. Ik heb het opgenomen met het Pocket Orchestra bestaande uit een jonge Australische zangeres, Jo Lawry, Richie Barshay op percussie en Ralph Alessi op trompet. Daarnaast komt er dit jaar nog een solo album ‘Jobim’ uit.”

 

“In de afgelopen 23 jaar heb ik één à twee albums kunnen uitbrengen. Ik heb altijd het gevoel gehad: als ik iets te zeggen heb zal er wel ergens iemand zijn die me zal helpen om het naar buiten te brengen.”

 

www.fredhersch.com en www.gentjazz.com

 

Leave a Reply