Het dak eraf met SonnyBoy
Fotografie: Arkady Mitnik
“One more” roepen de ongeveer 20 overgebleven toeschouwers naar SonnyBoy op 1 februari 2011 in Paradiso Amsterdam. Het handjevol gasten heeft niks te maken met de kwaliteit van zijn optreden. De veroorzaker van het geringe bezoekersaantal is het late tijdstip op een doordeweekse dag. SonnyBoy laat met zijn middernacht concert tijden van Prince en Lenny Kravitz op zijn manier herleven.
Een vergelijking met Prince en Kravitz is snel gemaakt wat betreft stem en de intentie waarmee SonnyBoy zijn soulfunk geluid ten gehore brengt. Daarnaast is hij ook net als beide heren een bekwaam gitarist. SonnyBoy gebruikt de eerste drie nummers om lekker warm te draaien en dan zit de vaart erin en volgen de songs elkaar in een rap tempo op. Van zwoele soul gaat het moeiteloos over in swingende funk, overgoten met een rock saus.
Na omzwervingen in Milwaukee en Minneapolis is zijn thuishaven nu New York. SonnyBoy heeft zijn skills flink kunnen oefenen op straat en in de vele underground clubs in deze steden. Hij heeft power in zijn voorkomen én zijn stem. Het maakt hem niet uit of hij voor veel of weinig publiek speelt, zijn gedrevenheid spat van het kleine podium. Ik ben wars van covers en net als ik denk dat hij alleen maar eigen nummers speelt, haalt hij “Crazy” van Gnarls Barkley en “Time” van de Culture Club uit de kast. Niet meer doen SonnyBoy.







